zaterdag 8 oktober 2016

Strak bos, strak plan?

Dit bericht kwam ik vanochtend tegen in het Dagblad van het Noorden:

"Het Kloosterbos in Ter Apel moet weer een gecultiveerd, 'strak' bos worden zoals het dat lang geleden ook was. Het wordt zo aantrekkelijker voor wandelaars."
Dit volgens Margriet van Klinken, de directeur van het museum Klooster Ter Apel.

Een gecultiveerd, 'strak' bos geschikt voor wandelaars: een bos zonder takken op het betonnen pad, geen eikels, beukenoten of bladeren en in het bos zijn natuurlijk ook geen wilde dieren want die zijn niet gecultiveerd.

Ik vraag mij ernstig af welk beeld deze directeur heeft bij dat strakke, gecultiveerde bos van 'lang geleden' dat dan waarschijnlijk aantrekkelijk was voor wandelaars. Ze kan kiezen:

1729

Tussen ca. 1748 en ca. 1780
1830

Allemaal mooi strak, gecultiveerd wandelbos toch, de bomen staan over het algemeen netjes in het gelid en paden zijn ook wel te ontwaren.

Maar misschien is dit wel het goede voorbeeld van vroeger (en dat is dan 1833):

Strak en gecultiveerd vastgelegd door Assuerus Quastius

Overigens weet ik nu wat alle medewerkers van mevrouw Van Klinken straks in hun kerstpakket aantreffen:

luchtgekoeld en weegt slechts 11 kilo, een mooi vermogen van 4,1 pk, je houdt er prima de betonnen wandelpaden blad-, noot- en ongedierte mee vrij. Mij zie je ook niet meer ...



woensdag 10 augustus 2016

Muggen vangen: een uurtje Meppel

Tussen Zwolle en Oude Pekela ligt Meppel, ik was er al zo ongeveer een halve eeuw niet meer geweest. Vandaag vond ik dat ik wel een uurtje over had en heb ik de stoptrein naar Leeuwarden genomen (die naar Groningen reed voor mijn neus weg). Die trein stopt dus ook in Meppel, ooit meer bij Meppel heb ik de indruk.De wijk tussen het centrum en het station lijkt pas na de komst van het spoor gebouwd te zijn.

Waterstaatsstation derde klasse, eerste steen gelegd in 1867 staat op een plaquette in de hal. De kleurstelling is wat apart
Al de borden volgend richting centrum (er zijn prettig veel wegwijzers in Meppel) loop je door een woonwijkje uit zo te zien eind 19e eeuw waar het goed wonen lijkt te zijn. Het was niet de Stationsweg die ik volgde, iets wat ik eigenlijk verwacht had, maar de Emmastraat. De Emmastraat brengt je naar een water waarover een brug naar de Prinsengracht. Voor die brug een verkeerssituatie die mij wat merkwaardig aan doet:

Als automobilist lijk je hier dus alleen maar links- of rechtsaf te mogen en niet rechtdoor de brug over. Toch is het niet verboden met een auto die brug over te gaan, verkeer van deze kant van de brug gaat zelfs voor op dat van de ander kant. De geschiedenis zal dit wel tot wijsheid hebben gemaakt
Over/door de Prinsengracht naar de Grote Kerkstraat. Gewone 13 in het dozijn winkelstraten met een forse horeca- en witgoedcomponent. Sowieso veel horeca in Meppel viel mij op. Aan het eind van de Grote Kerkstraat het Kerkplein met kerk en toren. Ingepakt door horeca en andere zaken.




Muggen
En natuurlijk een mooi NAP in de toren
Waarom hier nou per se een watertappunt moet zijn is mij onduidelijk

De richtingwijzers maakten mij wel nieuwsgierig, even verderop zou het historisch centrum zijn. Niet bij de Grote Kerk dus, maar verderop.

Het staat er, onder het havenkantoor: linksaf naar het historisch centrum

Maar wat bleek: ik heb een verkeerd been (het linker) en daar heb ik mij op laten zetten. Er is namelijk helemaal geen historisch centrum anders dan waar de kerk middenin staat, er is een Historisch Centrum. Juist ik had dat moeten beseffen ... Ik kwam er pas achter toen ik het voorbij was, en de eerste keer dat ik het voorbij liep had ik het nog niet door. Want het historisch centrum zou rechtdoor moeten zijn, daar bij die molen en die brug leek het. Alleen: bij brug en molen (particulier bezit en niet te bezichtigen staa er erg duidelijk bij) staat geen bordje "historisch centrum bereikt". Toen ging het licht pas aan. Teruggelopen naar het Historisch Centrum werd ik teleurgesteld:

Vrijwel niet open dus. Open zijn kost geld vermoed ik
Oorspronkelijk transformatorhuisje
Brug, molen en water waren overigens best aardig en onderweg er naar toe kwam ik nog een aardige gevel tegen, volgens opschrift werd het gebouw in 1921 als transformatorhuisje neergezet. Die oospronkelijk functie had ik er niet achter gezocht.




Brug, molen, water en prachtige, dreigende wolken. Wat wil een mens nog meer?

Tijd om en een stadsbushalte waar net een stadsbus aan komt rijden. Geen OV-chipkaart te gebruiken, contant betalen bij een erg vriendelijke en behulpzame chauffeur. Twee euro, maar als je een OV-chipkaart kunt laten zien is een euro ook genoeg.

Vind ik Meppel mooi? Dat weet ik nog niet, er is nog veel Meppel dat ik niet gezien heb. Wat ik wel zie is de gebruikelijke binnenstedelijk winkelketens, opvallend veel horeca en niet echt zuinigheid op het stadsbeeld. Ik wil zeker nog een keer kijken, het ziet er in ieder geval wel vriendelijk uit, dorps en misschien is kneuterig zoals ik iemand het hoorde zeggen wel het goede woord.




zaterdag 30 juli 2016

Beilen, Vesting der 1e klas en kartoffels

Jaren geleden kwam ik in toen nog het Algemeen Rijksarchief plannen tegen om van Beilen een vesting te maken. Ik heb het daar met mijn schoonvader over gehad en daarna eigenlijk nooit meer aan gedacht. Onlangs kwam dit toch weer boven en bleek mijn schoonvader te weten dat er in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1966 een artikel over deze vestingplannen te staan. Bij mijn schoonvader noch bij mij staat deze Volksalmanak in de boekenkast, lenen blijkt ook wat moeizaam (daar heb je in de praktijk geen bibliotheken voor), kopen dan maar. Antiquarisch, tweedehands zeggen anderen. Daarvoor zijn er twee mogelijkheden: je bestelt het bij een antiquariaat en een paar dagen later ligt over het algemeen het boek in de brievenbus óf je gaat naar een antiquariaat bij je in de buurt, struint zelf wat op en tussen de planken en vindt wat je zoekt (en meestal meer). Dat laatste heb ik gedaan. Bij Champ Clark op De Lethe, bij Bellingwolde. Ik zocht de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1966 en kwam thuis met die Volksalmanak plus de Volksalmanak voor 1962 en een boek over de Nieuwe- of Langakkerschans. Bijna niks kostten ze bij elkaar. Geslaagd dus.

Als ik dan toch op De Lethe ben loop ik ook even door. Zo'n honderdvijftig meter verderop ligt namelijk de grens met Duitsland die daar gemarkeerd wordt door grenspaal 186, de al dan niet verplaatste grenspaal op het voormalige drielandenpunt Nederland-Ostvriesland-Münster. Die paal moet je in de gaten houden, je weet het immers maar nooit met die paal: staat hij er nog en zo ja, staat hij wel op dezelfde plek als de vorige keer dat je er was? Nou, hij stond er nog, op dezelfde plek als afgelopen februari.



Toen ik de paal zo zag staan, midden tussen de aardappels, bedacht ik mij dat het een aardappelveld is dat in twee landen ligt. Deels worden er dus aardappels verbouwd, deels Kartoffeln.



Oma Griet in 1923
Ineens dacht ik aan mijn oma. Oma Griet Jonker heeft haar hele leven wanneer ze het over aardappels had over kartoffels gesproken. Ze was geen Duitse, heeft geen moment van haar leven in Duitsland gewoond. Wel vlak aan de grens. Ze was geboren op 30 november 1896 geboren en daarna getogen in Roswinkel, in de zuidoosthoek van Drenthe. Hemelsbreed een kilometer of vijf van de grens, hooguit. Oma trouwde in 1923 met opa, ze verhuisde meteen naar het toen voor haar verre zuid-Limburg. Bleijerheide kwam ze terecht, aan de Nieuwstraat heeft ze me weleens verteld. Hemelsbreed een meter of vijf van de grens. Ik denk dat wanneer ze het daar over kartoffels had er weinig misverstanden waren. Oma had wel meer in haar spraakgebruik waarin haar grensbewonerschap naar voren kwam, zo was een veel gebezigde uitdrukking van haar "Ach Gott du liebe", een uitdrukking die ook nu nog wel door mensen die niet ver van de grens wonen wordt gebruikt, in Groningen en in Limburg.

Beilen en mijn oma hadden nooit wat met elkaar te maken, ik weet bijna zeker dat oma zelfs nooit in Beilen geweest is, maar in een aardappelveld achter De Lethe komen ze gewoon bij elkaar.

vrijdag 29 juli 2016

Hijlke Kamphuis, jongetjes of meisjes?

Iedereen weet het, de burgerlijke stand klopt en de Belastingdienst heeft altijd gelijk. Toch twijfel ik weleens. Wat bijvoorbeeld te denken van Hijlke Kamphuis? Hijlke geboorde op 3 september 1826 in Engelbert, gemeente Noorddijk als zoon van Hijlke Jans Kamphuis en Hilje Jans van der Veen.

Geboorteakte Hijlke Kamphuis

Hier staat het duidelijk, vader Hijlke doet aangifte van de geboorte van een kind van het manlijk geslacht: Hijlke. Nadat de akte was voorgelezen hebben vader Hijlke, twee getuigen, Klaas Bos en Harm Hogenberg, en de Officier van de burgerlijke stand Jacobus Veltman (die ook burgemeester en secretaris van de gemeente Noorddijk was) de akte ondertekend.

Het gaat niet echt goed met de kleine Hijlke. Drie jaar nadat hij geboren was kwamen op 11 oktober 1829 Geert Luurts van der Bijl en Daniël ter Borg bij Jacobus Veltman, nog steeds Officier van de burgerlijke stand, burgemeester en secretaris. Geert en Daniël moesten aangifte doen van het overlijden van lutje Hijlke, het kereltje was nog maar net drie jaar oud.

Overlijdensakte Hijlke Kamphuis

De Belastingdienst kon het niet mooier maken: er moest aangifte worden gedaan voor de successierechten.Vader Hijlke en moeder Hilje meldden zich op 29 mei 1830 in Groningen, op het belastingkantoor, om die aangifte te doen. Niet verbazingwekkend liet Hijlke niets na. Wel verbazingwekkend is dat Hijlke ineens een dochtertje blijkt te zijn, Hijlke's vader en moeder verklaren dat zelf. 
Vader Hijlke en moeder Hilje ondertekenen de belastingaangifte niet zelf. Dat konden zij niet, blijkens mededeling onder de aangifte konden zij niet schrijven. Niet ongewoon. Ik vraag mij wel af wie dan de geboorteakte van kleine Hijlke heeft ondertekend, in die geboorteakte staat toch duidelijk Hijlke J. Kamphuis als ondertekenaar vermeld. Het zullen de emoties wel zijn ...

Aangifte successierechten Hijlke Kamphuis

Tussen het overlijden van kleine Hijlke en de aangifte van de nalatenschap van Hijlke was er in het gezin van vader Hijlke en moeder Hilje toch ook wat te vieren. Op 5 januari 1830 kwam vader Hijlke bij Jacobus Veltman, nog steeds burgemeester, secretaris en officier (pas in 1856 hield deze er mee op, noodgedwongen door eigen overlijden), melden dat er gezinsuitbreiding was: een kind van het vrouwelijk geslacht "aan hetwelk hij verklaarde den voornaam van Hijlke te geven". Leuk, een dochter! Tien kinderen hadden Hijlke en Hilje in totaal gekregen, nu netjes verdeeld in vijf meisjes en vijf jongetjes (waarvan Hijlke 1 dan wat twijfelachtig was).

Geboorteakte Hijlke 2
Met Hijlke 2 ging het beter dan met Hijlke 1. Hijlke 2 overleefde de kinderjaren en warempel, stapte in het huwelijksbootje op zaterdag 22 mei 1858, 28 jaren oud. Vader Hijlke en moeder Hilje mochten dit niet meer beleven, die waren in 1835 en 1855 overleden. Burgemeester, secretaris en officier Jacobus Veltman was er ook niet meer, gelukkig had zijn zoon Jan Jacobus Veltman die ambten overgenomen.  Bruid Hijlke 2 en dus bruidegom Jantje Weersema zeiden JA. Niks aan de hand, netjes getrouwd, mooi feest voor de familie, vrienden en bekenden. Alleen: waarom staat er nu in de huwelijksakte ineens dat Hijlke 2 meerderjarige zoon van Hijlke en Hilje is? Hijlke 2 was toch een meisje? Dat heeft vader Hijlke destijds zelf zo bij Jacobus Veltman gezegd.



Huwelijksakte Hijlke en Jantje
Zoals gezegd, ik twijfel weleens aan de betrouwbaarheid van de burgerlijke stand en de belastingdienst ...


De akten zijn allen terug te vinden op www.allegroningers.nl

vrijdag 15 juli 2016

DABO: van Meppel tot Groningen

In het familie-fotoarchief zitten een aantal foto's uit eind jaren '40 begin jaren ' 50 waarop bussen van de voormalige DABO, de Drentsche Autobus-Onderneming, te zien zijn. Te mooi om voor mezelf te houden, dus: hier zijn ze.


Richting Dieverbrug staat er op de bus, achter de voorruit ook nog " Wapserveen".
Ik heb het idee dat de beide foto's in Dieverbrug gemaakt zijn.

Deze foto is gemaakt op het Zuiderdiep in Groningen. Helemaal links is nog een stukje van hotel WEEVA te zien, leesbaar op het pand rechts naast WEEVA is Rost Muller, de Co is wat van de foto gevallen. Rechts achter de bus zijn lampen, stofzuigers en electrische apparaten te koop. " Richting Groningen" ging de bus, gearriveerd dus. 

"Richting Groningen via Ruinen" maak ik er van.
De foto zou gemaakt kunnen zijn in Meppel, maar Assen sluit ik ook niet uit. Groningen lijkt me niet.





zondag 12 juni 2016

Sint Willibrordus in Oude Pekela

Op 22 januari 1906 zijn Bernardus Jan Drenth, 60 jaar en zonder beroep, en Johannes Hinderikus Witt, 62 jaar en ijzersmid, met zijn beiden naar het gemeentehuis van Oude Pekela gegaan. Het was een droevige gang: zij gingen aangifte doen van het overlijden, twee dagen eerder, van Johannes Antonius Eekman, in leven pastoor in Oude Pekela.
Pastoor Eekman was in 1890 benoemd in Oude Pekela en was daarvoor pastoor in Barger Compascuum. In Oude Pekela kwam de nieuwe pastoor niet in een gespreid bedje terecht: een vervallen, kerk, een vervallen pastorie en een parochie die diep in de schulden zat.
Het oude, vervallen kerkje, gebouwd in 1783 en van de weg af niet herkenbaar als kerk, aan de Roomse wijk. Rond 1908 zou het zijn afgebroken.

Eekman beschikte klaarblijkelijk over de nodige tact en weet de kapitaalkrachtige Pekelder industrieel Freerk Drenth zover te krijgen dat deze hem steunt in zijn ideeën voor een nieuwe kerk en een nieuwe pastorie. Drenth zou de historische woorden "Pastoor begin maar, ik zal u nooit verlaten" hebben gezegd. En pastoor begon. Het kerkbestuur koopt in 1892 huis en tuin van de protestantse weduwe Derkje Wiegman, geboren Bisschop. Op deze plaats, daar waar de Roomse wijk uitkomt op de Pekel Aa, moesten kerk en pastorie gebouwd worden.

De Roomsche wijk rond 1920, de R.C. kerk en de pastorie staan er en iets achteruit is het kerkhof te zien. Het kerkhof is al ouder overigens, dat is rond 1850 aangelegd. Het kaartje is afkomstig van http://www.topotijdreis.nl
Een bouwcommissie werd samengesteld: Freerk Drenth, Gerhardus Flinker en Johannes Feldbrugge. Drie parochianen die niet op een cent hoefden te kijken. Geld wordt bij de parochianen ingezameld, een architect wordt aangezocht: Nicolaas Molenaar. Het geld komt rond, na wat gedoe rond aanbestedingen gaat er gebouwd worden. Uiteindelijk in 1896 zijn kerk en pastorie klaar en worden de kerk en hoofdaltaar door de aartsbisschop geconsecreerd
Kerk en pastorie staan er beide nog, vrijwel in de staat van 1896. Onderhoud is er de afgelopen 120 jaar wel gebeurd, maar gelukkig was er nooit geld om de kerk nieuw in te richten. er staat in Oude Pekela dus een prachtige kerk met vrijwel originele inrichting uit het eind van de 19e eeuw. 



De drie gebrandschilderde ramen in het koor zijn in 1897 gemaakt door Frans Nicolas jr. van Atelier F. Nicolas en Zonen in Roermond





Het rijksmonumentenregister geeft de volgende beschrijving:
Naar ontwerp van Nicolaas Molenaar gebouwde in 1896 gewijde neogotische kruisbasiliek met 3/5 gesloten apsis en rechthoekige zijkapellen. Met leien gedekte toren. Toren met twee nissen aan iedere zijde, frontale en hoge naaldspits. Spitsboogvensters. Het terrein begrensd door een eenvoudig eind-19e-eeuws gietijzeren hek.
Karakteristiek in de lintbebouwing langs het Pekeler Hoofddiep gesitueerd en ten opzichte van de rooilijn teruggeplaatst, uit donkere baksteen opgetrokken gebouw, waarvan de plattegrond de dispositie weerspiegelt.
Het interieur is uitgevoerd in lichtere steensoorten: de bundelpijlers in helderrode steen met natuurstenen lijstkapitelen en hardstenen basementen; de ribben en gordelbogen in rode, de gewelfschelpen in gele baksteen; de muurvlakken zijn gepleisterd.
De vensters van koor en zijkapellen zijn kleurig beglaasd.
De neogotische inventaris - waaronder drie altaren in kalksteen, de preekstoel, heiligenbeelden en lichtarmaturen - uit het Utrechtse atelier Mengelberg - geheel intact.
Twee-klaviers orgel gebouwd door C.B. Adema en Zonen in 1888.
In 1896 gewijde neogotische kruisbasiliek van belang wegens haar karakteristieke ligging, haar architectonische vormgeving, haar inventaris-onderdelen en de eind-19e-eeuwse gietijzeren terreinbegrenzing.

Te rechterzijde aan de St. Willibrorduskerk aangebouwd de eveneens van 1896 daterende en door Nicolaas Molenaar ontworpen pastorie. Ook hier een terreinbegrenzing door een eenvoudig eind-19e-eeuws gietijzeren hek.
In de rooilijn gelegen uit donkere baksteen opgetrokken twee lagen tellend gebouw onder met leien gedekte schilddaken.
Sobere detaillering met onder andere T-vensters waarboven segmentvormige of halfronde boogvelden met siermetselwerk.
Eenvoudige pastorie uit 1896 en eenvoudig eind-19e-eeuws gietijzeren hek van belang wegens hun relatie met de eveneens beschermde St. Willibrordus Kerk. Mechanisch torenuurwerk J. van de Kerkhof, Aarle-Rixtel.

Regelmatig is de kerk te bezichtigen: op elke eerste dinsdag van de maand van 14.00 tot 16.00 uur, tijdens de dag van 'kerkenpad' (18 juni), het weekend van barmhartigheid (9 juli) en op open monumentendag (10 september) is de kerk open.
De gemeenschap in Oude Pekela maakt onderdeel uit van de Heilige Norbertusparochie Oost-Groningen.
Overigens is in de gemeente Pekela het katholieke geloof relatief het grootst met 7,3% van de Pekelder bevolking volgens de CBS-statistiek
"Kerkelijke gezindte en kerkbezoek in 403 gemeenten, 2010/2014 (18 jaar en ouder)"

Informatie heb ik gehaald uit:
Brunink, G.J.: De "St. Willibrordus" Oude Pekela. Historie en Restauratie. Oude Pekela, 1981;
Wikipekela: www.wikipekela.nl/ (diverse lemma's);
www.allegroningers.nl voor alle genoemde personen;
en hier en daar elders, in de tekst met links aangegeven.

zondag 17 april 2016

Kolderveen, Nijeveen

Vandaag gedaan wat al heel lang een keer moest gebeuren: naar Kolderveen en Nijeveen. Ik kon me niet herinneren er ooit geweest te zijn, maar het geheugen herinnerde zich vanmiddag toch de Dorpsstraat van Nijeveen en vaag ook Kolderveen. Dat moest eigenlijk ook wel, mijn overgrootmoeder Geertje Kok kwam uit Nijeveen, mijn opa Berend Pruntel was iets meer richting Havelte aan de Veendijk geboren. Familie, vrienden en kennissen woonden er en mogelijk nog steeds, met opa en oma ben ik zeker in Nijeveen geweest. Vandaag dus voor het eerst in een jaar of vijftig verder dan de Veendijk en de Peerdeweide geweest. Nog veel te zien, nog veel uit te zoeken: ik weet vrijwel niets van Kolderveen en Nijeveen. Een paar foto's van kerken en kerkhoven:

Pad naar de kerk van Kolderveen


Kerkhof Kolderveen

Kerktoren Kolderveen

Kerk Nijeveen

Kerk Nijeveen

Baarhuisje Nijeveen

Kerkhof en kerk Nijeveen

Oud schooltje van Nijeveen, nu anders door de kerk in gebruik