vrijdag 15 juli 2016

DABO: van Meppel tot Groningen

In het familie-fotoarchief zitten een aantal foto's uit eind jaren '40 begin jaren ' 50 waarop bussen van de voormalige DABO, de Drentsche Autobus-Onderneming, te zien zijn. Te mooi om voor mezelf te houden, dus: hier zijn ze.


Richting Dieverbrug staat er op de bus, achter de voorruit ook nog " Wapserveen".
Ik heb het idee dat de beide foto's in Dieverbrug gemaakt zijn.

Deze foto is gemaakt op het Zuiderdiep in Groningen. Helemaal links is nog een stukje van hotel WEEVA te zien, leesbaar op het pand rechts naast WEEVA is Rost Muller, de Co is wat van de foto gevallen. Rechts achter de bus zijn lampen, stofzuigers en electrische apparaten te koop. " Richting Groningen" ging de bus, gearriveerd dus. 

"Richting Groningen via Ruinen" maak ik er van.
De foto zou gemaakt kunnen zijn in Meppel, maar Assen sluit ik ook niet uit. Groningen lijkt me niet.





zondag 12 juni 2016

Sint Willibrordus in Oude Pekela

Op 22 januari 1906 zijn Bernardus Jan Drenth, 60 jaar en zonder beroep, en Johannes Hinderikus Witt, 62 jaar en ijzersmid, met zijn beiden naar het gemeentehuis van Oude Pekela gegaan. Het was een droevige gang: zij gingen aangifte doen van het overlijden, twee dagen eerder, van Johannes Antonius Eekman, in leven pastoor in Oude Pekela.
Pastoor Eekman was in 1890 benoemd in Oude Pekela en was daarvoor pastoor in Barger Compascuum. In Oude Pekela kwam de nieuwe pastoor niet in een gespreid bedje terecht: een vervallen, kerk, een vervallen pastorie en een parochie die diep in de schulden zat.
Het oude, vervallen kerkje, gebouwd in 1783 en van de weg af niet herkenbaar als kerk, aan de Roomse wijk. Rond 1908 zou het zijn afgebroken.

Eekman beschikte klaarblijkelijk over de nodige tact en weet de kapitaalkrachtige Pekelder industrieel Freerk Drenth zover te krijgen dat deze hem steunt in zijn ideeën voor een nieuwe kerk en een nieuwe pastorie. Drenth zou de historische woorden "Pastoor begin maar, ik zal u nooit verlaten" hebben gezegd. En pastoor begon. Het kerkbestuur koopt in 1892 huis en tuin van de protestantse weduwe Derkje Wiegman, geboren Bisschop. Op deze plaats, daar waar de Roomse wijk uitkomt op de Pekel Aa, moesten kerk en pastorie gebouwd worden.

De Roomsche wijk rond 1920, de R.C. kerk en de pastorie staan er en iets achteruit is het kerkhof te zien. Het kerkhof is al ouder overigens, dat is rond 1850 aangelegd. Het kaartje is afkomstig van http://www.topotijdreis.nl
Een bouwcommissie werd samengesteld: Freerk Drenth, Gerhardus Flinker en Johannes Feldbrugge. Drie parochianen die niet op een cent hoefden te kijken. Geld wordt bij de parochianen ingezameld, een architect wordt aangezocht: Nicolaas Molenaar. Het geld komt rond, na wat gedoe rond aanbestedingen gaat er gebouwd worden. Uiteindelijk in 1896 zijn kerk en pastorie klaar en worden de kerk en hoofdaltaar door de aartsbisschop geconsecreerd
Kerk en pastorie staan er beide nog, vrijwel in de staat van 1896. Onderhoud is er de afgelopen 120 jaar wel gebeurd, maar gelukkig was er nooit geld om de kerk nieuw in te richten. er staat in Oude Pekela dus een prachtige kerk met vrijwel originele inrichting uit het eind van de 19e eeuw. 



De drie gebrandschilderde ramen in het koor zijn in 1897 gemaakt door Frans Nicolas jr. van Atelier F. Nicolas en Zonen in Roermond





Het rijksmonumentenregister geeft de volgende beschrijving:
Naar ontwerp van Nicolaas Molenaar gebouwde in 1896 gewijde neogotische kruisbasiliek met 3/5 gesloten apsis en rechthoekige zijkapellen. Met leien gedekte toren. Toren met twee nissen aan iedere zijde, frontale en hoge naaldspits. Spitsboogvensters. Het terrein begrensd door een eenvoudig eind-19e-eeuws gietijzeren hek.
Karakteristiek in de lintbebouwing langs het Pekeler Hoofddiep gesitueerd en ten opzichte van de rooilijn teruggeplaatst, uit donkere baksteen opgetrokken gebouw, waarvan de plattegrond de dispositie weerspiegelt.
Het interieur is uitgevoerd in lichtere steensoorten: de bundelpijlers in helderrode steen met natuurstenen lijstkapitelen en hardstenen basementen; de ribben en gordelbogen in rode, de gewelfschelpen in gele baksteen; de muurvlakken zijn gepleisterd.
De vensters van koor en zijkapellen zijn kleurig beglaasd.
De neogotische inventaris - waaronder drie altaren in kalksteen, de preekstoel, heiligenbeelden en lichtarmaturen - uit het Utrechtse atelier Mengelberg - geheel intact.
Twee-klaviers orgel gebouwd door C.B. Adema en Zonen in 1888.
In 1896 gewijde neogotische kruisbasiliek van belang wegens haar karakteristieke ligging, haar architectonische vormgeving, haar inventaris-onderdelen en de eind-19e-eeuwse gietijzeren terreinbegrenzing.

Te rechterzijde aan de St. Willibrorduskerk aangebouwd de eveneens van 1896 daterende en door Nicolaas Molenaar ontworpen pastorie. Ook hier een terreinbegrenzing door een eenvoudig eind-19e-eeuws gietijzeren hek.
In de rooilijn gelegen uit donkere baksteen opgetrokken twee lagen tellend gebouw onder met leien gedekte schilddaken.
Sobere detaillering met onder andere T-vensters waarboven segmentvormige of halfronde boogvelden met siermetselwerk.
Eenvoudige pastorie uit 1896 en eenvoudig eind-19e-eeuws gietijzeren hek van belang wegens hun relatie met de eveneens beschermde St. Willibrordus Kerk. Mechanisch torenuurwerk J. van de Kerkhof, Aarle-Rixtel.

Regelmatig is de kerk te bezichtigen: op elke eerste dinsdag van de maand van 14.00 tot 16.00 uur, tijdens de dag van 'kerkenpad' (18 juni), het weekend van barmhartigheid (9 juli) en op open monumentendag (10 september) is de kerk open.
De gemeenschap in Oude Pekela maakt onderdeel uit van de Heilige Norbertusparochie Oost-Groningen.
Overigens is in de gemeente Pekela het katholieke geloof relatief het grootst met 7,3% van de Pekelder bevolking volgens de CBS-statistiek
"Kerkelijke gezindte en kerkbezoek in 403 gemeenten, 2010/2014 (18 jaar en ouder)"

Informatie heb ik gehaald uit:
Brunink, G.J.: De "St. Willibrordus" Oude Pekela. Historie en Restauratie. Oude Pekela, 1981;
Wikipekela: www.wikipekela.nl/ (diverse lemma's);
www.allegroningers.nl voor alle genoemde personen;
en hier en daar elders, in de tekst met links aangegeven.

zondag 17 april 2016

Kolderveen, Nijeveen

Vandaag gedaan wat al heel lang een keer moest gebeuren: naar Kolderveen en Nijeveen. Ik kon me niet herinneren er ooit geweest te zijn, maar het geheugen herinnerde zich vanmiddag toch de Dorpsstraat van Nijeveen en vaag ook Kolderveen. Dat moest eigenlijk ook wel, mijn overgrootmoeder Geertje Kok kwam uit Nijeveen, mijn opa Berend Pruntel was iets meer richting Havelte aan de Veendijk geboren. Familie, vrienden en kennissen woonden er en mogelijk nog steeds, met opa en oma ben ik zeker in Nijeveen geweest. Vandaag dus voor het eerst in een jaar of vijftig verder dan de Veendijk en de Peerdeweide geweest. Nog veel te zien, nog veel uit te zoeken: ik weet vrijwel niets van Kolderveen en Nijeveen. Een paar foto's van kerken en kerkhoven:

Pad naar de kerk van Kolderveen


Kerkhof Kolderveen

Kerktoren Kolderveen

Kerk Nijeveen

Kerk Nijeveen

Baarhuisje Nijeveen

Kerkhof en kerk Nijeveen

Oud schooltje van Nijeveen, nu anders door de kerk in gebruik

maandag 28 december 2015

Loer en Feikens

Aan de Huningaweg in Oostwold, aan de rand van het Oldambtmeer (ooit lag hier zo ongeveer het drooggelegde Huningameer), staan twee omhulsels van wat ooit gemaaltjes waren.  Gemalen wordt er allang niet meer, tenminste niet meer zoals dat in 1919 en 1921 door waterschap De Groeve en Binnenlanden en waterschap Huininga Meerland bedacht was. Maar: ze staan er nog en zijn rijksmonument. De gemeente Oldambt, eigenaar, zat er mee omhoog moest er plannen mee hebben, uiteraard dan iets met kunstenaars en toerisme, maar dat ging niet door. Gelukkig zijn er nu twee dappere broers Jansen die er wat in zien: restaureren en recreatiewoningen van maken. Ik vind het een dapper plan en hoop dat het heel erg goed uitpakt.

Het gemaaltje van De Groeve en Binnenlanden ziet er nu zo uit:




Uiteraard met een gedenksteen:
"Gebouwd in het jaar 1919
Onder het bestuur D.K. Mensinga J. Struif R.F. Toren A. Botjes R.F. Brouwer"

De beschrijving in het monumentenregister, nr. 522116:
Voormalig STOOMGEMAAL, gebouwd in 1919 in een Ambachtelijk-traditionele stijl in opdracht van het Waterschap De Groeve en Binnenlanden en waarschijnlijk naar ontwerp van architect G. Kruizinga uit Oostwold. De uitvoering van het werk werd gegund aan de gebroeders Cramer uit Midwolda. Sinds 1969 is het gemaal echter buiten bedrijf, het doet tegenwoordig dienst als garage annex schuur; van het oorspronkelijke interieur is niets over. De platte houten aanbouw aan de achterzijde komt wegens te weinig architectonische kwaliteit niet voor bescherming van rijkswege in aanmerking.Het gemaal is teruggerooid gelegen aan de zuidzijde van de Huningaweg, de doorgaande weg van Oostwold naar Midwolda; de noordzijde van deze weg is aangewezen als gebied met bijzondere architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. Het gemaal vormt een opvallend ensemble met het eveneens beschermde naastgelegen gemaal Huningaweg by 8. Samen herinneren ze aan de voormalige beheersing van de waterhuishouding in dit gebied.Het één verdieping hoge, voormalige STOOMGEMAAL op rechthoekige plattegrond is opgetrokken in rode baksteen op een trasraam van bruine baksteen en wordt gedekt door een zadeldak waarop geglazuurde zwarte Friese golfpannen; fries van gele en rode baksteen; gietijzeren goot. De gevels worden geleed door getoogde staande vensters met ijzeren roedenverdeling onder een segmentboog van gele en bruine baksteen.In de tuitgevel aan de voorzijde (noordgevel) twee getoogde staande vensters, waartussen een gevelsteen waarop geschreven `gebouwd in het jaar 1919 Onder het bestuur D.K. Mensinga J. Struif R.F. Toren A. Botjes R.F. Brouwer'. In de top een rond venster met decoratieve ijzeren roedenverdeling met rondom een rollaag van gele en bruine baksteen.In de oostgevel een getoogd staand venster en niet-originele deuren.In de tuitgevel aan de achterzijde (zuidgevel) twee getoogde staande vensters en in de top een rond venster met decoratieve ijzeren roedenverdeling met rondom een rollaag van gele en bruine baksteen. Voor deze gevel een niet-originele aanbouw (niet beschermd).In de westgevel twee getoogde staande vensters.

En dit is het gemaaltje van Huininga Meerland:



Muizetandjes



En natuurlijk ook de bestuurlijke vereeuwiging, Wat er precies staat is op dit moment niet zo goed leesbaar, ik verwacht dat de broers Jansen dit wel weer in orde brengen

Het Monumentenregister zegt over dit gebouwtje, nr. 522117:
Voormalig GEMAAL met aangebouwd TRANSFORMATORGEBOUW, gebouwd in 1921 in opdracht van het Waterschap Huininga Meerland naar een ontwerp van E. Saathof in een Ambachtelijk-traditionele stijl. Voorheen stond hier een watermolen. Omstreeks 1965 is het gemaal buiten bedrijf gesteld. Tegenwoordig doet het dienst als schuur.Het gemaal/transformatorgebouw is opvallend teruggerooid gelegen aan de zuidzijde van de Huningaweg; de noordzijde van deze weg is aangewezen als gebied met bijzondere architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. Een onverharde weg verleent toegang tot het gebouw. Het gemaal vormt een opvallend ensemble met het eveneens beschermde naastgelegen gemaal Huningaweg bij 12 en samen herinneren ze aan de voormalige beheersing van de waterhuishouding in dit gebied. Aan de voorzijde van het gemaal staat een eenvoudig uit omstreeks 1921 stammend HEK, opgebouwd uit betonnen pijlers waartussen een geklonken ijzeren hekwerk.Het één verdieping hoge GEMAAL op rechthoekige plattegrond is opgetrokken in een roodbruine lichtgesinterde baksteen op een trasraam van bruinpaarse klinkers en wordt gedekt door een zadeldak waarop zwarte geglazuurde Friese golfpannen; fries van bruinpaars gesinterde baksteen (muizentand); deels gietijzeren goot; topgevels met betonnen hoekstukken. De gevels worden geleed door getoogde staande vensters met ijzeren roedenverdeling onder een segmentboog van bruinpaarse gesinterde baksteen.Het transformatorgebouw is centraal tegen de topgevel van de voorgevel (noordzijde) aangebouwd. Aan weerszijden van de trafo een smal getoogd staand vierruits venster. In de top een rond venster met decoratieve ijzeren roedenverdeling met rondom een rollaag.In de oostgevel twee staande getoogde achtruits vensters en een opgeklampte houten deur met ijzeren gehengen en drieruits bovenlicht onder rollaag.In de topgevel van de achtergevel (zuidgevel) twee staande getoogde twaalfruits vensters en in de top een rond venster met decoratieve ijzeren roedenverdeling met rondom een rollaag.In de westgevel twee staande getoogde twaalfruits vensters.Het aangebouwde TRANSFORMATORGEBOUW op rechthoekige plattegrond is opgetrokken in een roodbruine lichtgesinterde baksteen op een trasraam van bruinpaarse klinkers en wordt gedekt door een plat dak; fries van bruinpaars gesinterde baksteen (muizentand). De entree bevindt zich aan de voorzijde (noordgevel) en bestaat uit een stalen deur met ijzeren gehengen onder rollaag van bruinpaarse gesinterde baksteen; aan weerszijden acht glasstenen. In de oostgevel een gevelsteen onder gemetselde keperboog waarop geschreven het bouwjaar en de namen van de bestuursleden van het waterschap Huininga Meerland.

In de volksmond zijn het de gemaaltjes van Loer en Feikens. Ik heb niet de moeite genomen om uit te zoeken wie Loer en Feikens waren. Misschien doe ik dat later nog wel eens.

zondag 27 december 2015

Verkavelde loop

Op oudere kaarten zie je het nog gewoon zo, de Westerwoldse Aa kronkelt en de gracht van Oudeschans krijgt z'n water uit, is eigenlijk onderdeel van, de Westerwoldse Aa.


Hier is het duidelijk te zien, de Westerwoldse Aa loopt langs de Wedderborg ("Addinga" staat hier) naar het noordoosten en voedt dan de gracht van de Oude of Bellingwolder Schans. Dan loopt de Aa verder en loopt dan via Ulsda langs de Langakkerschans (Bad Nieuweschans heet dat tegenwoordig) richting Dollard.
De kaart is een uitsnede uit een kaart die te vinden is in NL-HaNA, Raad van State, 1581-1795, 1.01.19, inv.nr. 2322

Wat moeilijker te zien, maar met wat goed kijken kun je de oude loop van de Westerwoldse Aa nog herkennen. Links onderin zie je nog een kronkeltje de rechtgetrokken Westerwoldse Aa uitlopen. Om die restanten ligt het natuurgebiedje De Gaast waar het prima wandelen is. Vanuit het kronkeltje loopt naar het oosten het Veendiep naar Bellingwolde, maar naar het noordoosten liep de Westerwoldse Aa naar de Bellingwolderschans, nog steeds herkenbaar aan de grondpatronen. De ruilverkaveling in de jaren '60 van de vorige eeuw heeft vast veel goeds gebracht, maar met de bril van nu is het allemaal niet mooier geworden

En nog even een plaatje van de Wedderborg in de sneeuw, niet omdat dat hier relevant is maar gewoon omdat het er mooi uitziet



vrijdag 25 december 2015

Vriescheloo: Dorpsstraat

Bellingwolde gehad en inmiddels Vriescheloo al bijna weer door. Plattelandser.


Ook bewoond
Lijkt wel een arbeider
 

Klei, zand en veen. Hier klei.Veel klei.


1921




W.E.E. 1802 bovenin de gevel
1909, EBR en ZJB naast de voordeur

Kerk van 1717, toren van 1841 en 1925, klok in de toren van 1679. Om een reden die ik nog niet ken heet het kerkhof het Bisschopskerkhof.

Olle witte schoule, verbouwd in 1892

Met op het glas in de deur "Gerh. Halm". 
Anno 1870, B.E.R en A.E.S naast de voordeur

Paul de Vos, "Honger naar koren". 1991. 'Symbool voor het agrarisch verleden en de ontwikkelingen in de landbouw van het dorp' staat er bij en je moet speciaal op de sporen van de tractorbanden letten. Trekkers genoeg gezien, maar waarschijnlijk niet de sporen waar ik speciaal op had moeten letten.



Zo hoort dat, gewoon compleet met staart. De noodzaak om die staarten af te knippen is al jaren achterhaald, verboden en misdadig.

Christelijk Nationale School. Een schoolstrijd-ding, de Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs is nog van Groen van Prinsterer die gewoon goed openbaar onderwijs niet goed genoeg vond.

De Korenbloem heet hij nu. In 1803 in Scheemda gebouwd, toen was het nog een oliemolen. In 1895 verplaats naar Vriescheloo omdat de vorige molen daar was afgefikt. 

Eelske torenvalk