vrijdag 19 juni 2015

"Nieuwe Haring"

Is "Hollandse Nieuwe" echt nieuwe haring, is nieuwe haring jonge haring? Is zoute haring die je in bijvoorbeeld maart koopt anders dan "Hollandse Nieuwe" die je na vlaggetjesdag in juni koopt? Vragen waarvan de beantwoording nogal wat emoties op kunnen roepen.

Haring 04

In 2013 is een zogenaamde GTS aangevraagd, een EU-keurmerk Gegarandeerde Traditionele Specialiteit. Een dergelijk keurmerk verwijst naar de traditionele productsamenstelling of productiemethode: een onveranderd en aantoonbaar gebruik op de EU-markt voor een periode van minimaal 30 jaar.

In die GTS-aanvraag worden eigenlijk alle vragen beantwoord, maar ook niet. In de GTS-aanvraag wordt de naam "Hollandse Nieuwe" gelijkgesteld met o.a. de naam "Maatjesharing" en die term is dan oorspronkelijk een aanduiding voor het biologische stadium waarin haring zich bevindt: haring die nog geen hom of kuit heeft bevat.

In de aanvraag wordt een beschrijving gegeven van wat "Hollandse Nieuwe maatjesharing" is:
“Hollandse Nieuwe maatjesharing” is een maatjesharing die wordt gevangen in de maanden mei tot en met september en die na vangst wordt gekaakt of ontkopt en vervolgens gepekeld of droog gezouten en waarin voor de smaakvorming een natuurlijke enzymmatige rijping plaatsvindt.

Voor "Hollandse Nieuwe"gaat het om haring die gevangen wordt in de periode mei-september en die voldoet aan wat Hjort en Meijer beschrijven als stadium 2. De aanvraag bevat een tabel waarin duidelijk wordt gemaakt wat Hjort en wat Meijer stadium 2 noemen. Daar zit wat verschil tussen: wat Hjort stadium 2 noemt is bij Meijer nog stadium 1, wat Meijer stadium 2 noemt zijn bij Hjort de stadia 3 tot en met 5. Het komt er eigenlijk op neer dat alle haring die volwassen is maar nog niet paairijp voldoet aan stadium 2 van de biologische verschijningsstadia volgens Hjort en Meijer.

Jong hoeft die haring niet te zijn, sterker nog, de haring moet minstens drie jaar oud zijn. De eisen die aan de haring worden gesteld om tot "Hollandse Nieuwe te kunnen worden benoemd zijn dus:
  • maatjesharing gevangen in de maanden mei tot en met september;
  • gekaakt of ontkopt;
  • gepekeld of droog gezouten;
  • in het biologische stadium 2 van Hjort of Meijer;
  • minimaal drie jaar oud.
Het rijpingsproces begint met het pekelen, het zout remt ook het rijpingsproces af en uiteindelijk moet de vis de diepvries in, dan stopt het rijpingsproces vrijwel helemaal.

In de GTS-aanvraag is aangegeven welke specifieke kenmerken de haring na verwerking moet hebben om "Hollandse Nieuwe"te mogen heten:
  • De kleur van het visvlees is blank;
  • De geur is fris, zilt en meer of minder gerijpt;
  • De consistentie van het visvlees is mals en vet;
  • De smaak is romig en mals.
Een vangstgebied is ook aangegeven, dat komt neer op het midden van de Noordzee en ook het Skagerrak, allemaal handig dicht bij Denemarken gelegen,  waar dan ook het grootste deel van de haring aan land wordt gebracht en verwerkt tot "Hollandse Nieuwe".

De eisen die aan de haring worden gesteld om tot "Hollandse Nieuwe" te kunnen worden benoemd zijn dus:
  • maatjesharing gevangen in de maanden mei tot en met september;
  • het vangstgebied is midden-Noordzee en Skagerrak;
  • gekaakt of ontkopt;
  • gepekeld of droog gezouten;
  • in het biologische stadium 2 van Hjort of Meijer;
  • minimaal drie jaar oud;
  • De kleur van het visvlees is blank;
  • De geur is fris, zilt en meer of minder gerijpt;
  • De consistentie van het visvlees is mals en vet;
  • De smaak is romig en mals.
De laatste vier eisen aan de vis worden gesteld ná verwerking zijn niet echt heel hard te noemen, meer een kwestie van smaak in een schaal waar dan ongetwijfeld wel wat consensus over zal zijn.

Een wijdverbreid misverstand is het dat de Nieuwe ook jonge haring is. Dat is dus niet zo: de vis moet minimaal drie jaar oud zijn.

Zoals ik het in de GTS-aanvraag lees kan de "Hollandse Nieuwe" dus heel goed haring zijn die niet vlak voor Vlaggetjesdag is gevangen, de vis kan heel goed in een vorig jaar gevangen zijn en toch aan de criteria voldoen om "Hollandse Nieuwe" genoemd te mogen worden. Het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen perkt dat echter wel in: in artikel 8 lid 2 is opgenomen dat de aanduidingen "Nieuwe haring", "Hollandse nieuwe" of "nieuwe maatjes" alleen gebruikt mag worden voor haring  die gevangen is en verhandeld wordt in de maanden mei tot en met september van hetzelfde jaar.

Mocht ik nou de indruk wekken dat ik Hollandse nieuwe niet lekker vind: dat is niet zo, je kunt mij er best een plezier mee doen (en ook met een frikandel van Vonk). Kom mij er echter niet mee aan dat de Hollandse nieuwe zoveel beter en zachter en anders smaakt dan zoute haring die geen Hollandse Nieuwe (of maatjes of welke andere naamsvariant er ook mag zijn) genoemd mag worden.







vrijdag 12 juni 2015

Poëtisch einde

Zo af en toe loop ik in Veendam even over de Algemene begraafplaats (het kerkhof bij de Hervormde Kerk). Het kerkhof bestaat voor mijn gevoel uit tweede delen, een deels onbepad  "bosdeel" met hoogopgroeiende sparren en een "parkdeel" met recht- en rondlopende paden. In het bosdeel heb ik vandaag even stilgestaan bij vier naast elkaar staande zerken. Wijndelt Obbes Venema en Harmanna Margaretha Abrahams Mulder staan als echtpaar netjes naast elkaar, naast hen staan twee van hun kinderen: Margina Geertuida Wijndelts Venema en Obbo Wijndels Venema.

In eerste instantie trokken de bloemetjes in de zerk van Margina mijn aandacht, pas daarna las ik de gedichten op de zerken. Die wonderschone gedichten wil ik niemand onthouden (en ondertussen vraag ik mij af wie zulk moois geschreven zal hebben).


De waarde Man die hier nu rust,
En 't stof der aarde zwijgend kust,
Heeft 't zedig leven afgeleid,
Met alle zorg voor eeuwigheid.
Nog zweeft ons in 't beminnelijk licht,
Uw dierbre beeltenis in 't gezicht


Zij die hier ligt in 't stof begraven,
Heeft steeds de taak, haar opgedragen
Als gade en moeder trouw vervuld.
Zij bleef ons nedrig steeds verblijden,
En was geduldig onder 't lijden;
O gij die thans dit graf betreedt,
Volgt haar in voorspoed en in leedt.


Hoe ras moest zij die hier in 't graf
Begraven ligt haar moeder volgen.
De zeis des doods maait tal ter neder,
't Zij jong of oud, 't zij zwak of teeder;
Elk wordt het leven eens ontzeid,
In't bloeien van den levenstijd!
Men ziet aan 't lot van deze heiden
Hoe haast' men kan uit 't leven scheiden.


Zacht rust in 's aardrijks kille schoot
Uw stof geliefde echt genoot
Voor de aarde elkaar slechts kort gegeven
Zoo vroeg gescheiden door den dood
Zoo vroeg hereend tot hooger leven.

En de bloemetjes van Margina natuurlijk:


zondag 3 mei 2015

Scheibenfeuer

In februari was ik op bezoek in het dorpje Ballrechten-Dottingen in de Breisgau, bij Freiburg. Carnaval was net voorbij, de vasten waren begonnen. In Oude Pekela merk ik daar nooit zo veel van, Van het carnaval niet, van de vasten nog veel minder (in Veendam rijdt overigens in de carnavalstijd een sneue carnavalsvereniging ongegeneerd lawaaimakend op een trekker rond, maar dat terzijde). In de Breisgau en het aangrenzende Schwarzwald daarentegen is carnaval nog wat en stellen ook de vasten waarschijnlijk wel iets voor, hoewel van die vasten op het feest waarvoor ik op bezoek kwam niets te merken viel.

De Breisgau kent in de carnavals- en vastenperiodes een aantal tradities, van sommige had ik weet, van andere had en heb ik het niet. Het Scheibenfeuer is zo'n traditie waar ik inmiddels weet van heb. 21 februari dit jaar, de eerste zaterdag na carnaval, verzamelde het dorp zich 's avonds bovenop de Castellberg, een groot vuur brandde, een mobiele eet- en drinkgelegenheid was neergezet. De wintergeesten konden verjaagd worden!

Wat er gebeurt is in wezen heel simpel: beukenhouten schijven worden aan een stok geprikt, aangegloeid in het grote vuur en dan via een soort schans onder het uitspreken, bijna zingen, van een tekst die ik niet verstond het dal ingeslingerd.
Het zijn vierkante schijven met afgeschuinde hoeken, niet helemaal plat. Ze zijn ongeveer 9,5 x 9,5 centimeter groot en je kunt ze zelf maken of, veel gemakkelijk, kopen. De stokken zijn minimaal een meter of twee lang, de schansen bestaan uit houten planken die in een hoek van een graad of dertig ten opzichte van de grond zijn opgesteld.



Het Scheibenfeuer bestaat al eeuwen, het is voor het eerst in 1090 beschreven, althans de gevolgen werden beschreven in de kroniek van het klooster Lorsch: een deel van het klooster raakte door het Scheibenfeuer in brand.


Gelukkig is dit ook terug te vinden in jaargang 1893 van het Zeitschrift für Volkskunde (leve Internet Archive) en is daar op pagina 349 en verder netjes uitgelegd wat er staat:
Diese Nachricht von dem herkömmlichen Emporschleudern einer brennenden Holzseheibe bei einem am Abend der Frühjahrstagundnachtgleiche
stattfindenden Volksfeste bildet den ältesten Beleg sowohl für die
deutschen Frühlingsfeuer als auch für eine besondere Art des Festfeuers,
welche teils bei diesen, teils auch bei der zweiten Hauptgattung von
Jahrzeitfeuern.
Het Scheibenfeuer ziet er spectaculair uit en het leverde een goed dorpsfeest op. Foto's en een filmpje heb ik er van gemaakt, maar het echte spektakel zie je daar niet goed van af. Behelpen dus:






En het filmpje, een beetje onhandig overdwars staand:


Als je de foto's en het filmpje wat onder de maat vindt: natuurlijk kun je zelf ook even zoeken en vast veel betere foto's en filmpjes vinden.


vrijdag 24 april 2015

Usquert, Berlage en de Archiefwet 1918

Natuurlijk had de voormalige gemeente Usquert van oudsher een raadhuis, maar het was niet best: "het gebouw bestaat uit één vertrek, een secretarie. Een kluis voor bewaring van het archief is niet aanwezig."

In 1928 nam de gemeenteraad daarom het besluit een nieuw gemeentehuis te bouwen, in 1929 werd dat gebouwd en in 1930 werd het geopend. Landelijk nieuws was het dat het gemeentehuis een ontwerp zou worden van H.P. Berlage, dé Berlage van de Beurs, van het gebouw van de Algemene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond, later van het Gemeentemuseum in Den Haag. De liberale, de socialistische zowel als de katholieke pers besteedden aandacht hieraan.

Nieuwe Rotterdamse Courant 20-08-1928

Voorwaarts 21-08-1928

De Tijd 21-08-1928
Waarom Berlage is al veel over geschreven. Ik ga daar niet over schrijven, zie daarvoor de website van de Stichting Berlagehuis Usquert.

Mijn kleine obsessie voor dit gemeentehuis ligt in misschien wel de voornaamste reden voor de bouw van het gemeentehuis: het archief van de gemeente werd in erbarmelijke omstandigheden bewaard en daar moest verandering in komen. De Rijksarchivaris in Groningen H.A. Poelman, die door Gedeputeerde Staten van Groningen belast was met de inspectie der archieven, constateerde in 1926:
 "Zeer slecht was de toestand te Usquert: immers het geheele raadhuis bestaat uit één lokaal, waarboven een zoldertje, door een ladder te bereiken. Zeer sterk heb ik aangedrongen op den bouw van een nieuw raadhuis; een voorlopig plan voor nieuwbouw werd mij dezer dagen ter kennisneming getoond".
Het gemeentebestuur van Usquert leek artikel 14 van de toen recente Archiefwet 1918 "Burgemeester en Wethouders zijn verplicht zorg te dragen voor de gemeentearchieven" serieus te nemen. Op 13 juni 1928 doet B&W een voorstel aan de gemeenteraad de aankoop van een stuk grond waarop een nieuw gemeentehuis gebouwd kan worden. In de toelichting op dat voorstel:
 "zoals U allen bekend is, voldoet het thans bestaand gemeentehuis niet aan de geringste eischen, die aan een dergelijk gebouw kunnen worden gesteld. Het gebouw bestaat uit één vertrek, een secretarie. Een kluis voor bewaring van het archief is niet aanwezig. Bouw van een geheel nieuw raadhuis is noodig."
In 1928 ging Poelman weer op inspectiebezoek:
"Te Usquert is het raadhuis gevestigd in een één-kamer-woning, voor den dienst geheel onvoldoende; de archieven liggen op den zolder. Plannen voor den bouw van een nieuw raadhuis waren in bewerking: mijn bezoek aan deze gemeente gold de bespreking dezer plannen. Een fraai gelegen perceel grond is aangekocht en aan onzen grooten bouwmeester Berlage is opgedragen, de plannen voor een nieuw raadhuis te ontwerpen. Het verheugt mij zeer, te kunnen melden, dat de plannen door den raad goedgekeurd zijn, en dat de aanbesteding voor het nieuwe raadhuis reeds heeft plaats gehad".
Er kon gebouwd worden en er werd gebouwd en het resultaat mocht er volgens Poelman, die in 1930 weer rondging, wezen:
"Bij mijn twee bezoeken aan deze gemeente in 1926 en 1928 trof ik als raadhuis aan een één-kamer-woning, waarin secretarie, kamer van den burgemeester, kamer van burgemeester en wethouders, raadzaal enz., in één klein vertrek vereenigd waren, terwijl het archief op den zolder gedeponeerd was. Om den zolder te bereiken moest men langs een steilen ladder door een klein luik klimmen.
Reeds had ik mijn bewondering voor den secretaris uitgesproken, die in deze, in alle mogelijke opzichten onvoldoende omgeving, op een keurige wijze zijn administratie verzorgde en bovendien nog lust had pogingen te doen tot verzorging van het archief.
Bij mijn bezoek in 1928 werd mij medegedeeld, dat besloten was tot den bouw van een nieuw raadhuis. De grond was gekocht en de opdracht was gegeven aan dr. Berlage. Met het ontwerp Berlage kon ik mij - en natuurlijk had ik vooral te letten op secretarie en archiefkamer - geheel vereenigen.
Mijn bezoek in 1930 had ten doel het nu voltooide en in gebruik genomen nieuwe raadhuis in ogenschouw te nemen. Zeer benieuwd was ik het werk van onzen grooten bouwkundige te zien en waar te nemen, welke oplossing hij gegeven had aan het vraagstuk van het bouwen van een raadhuis in een zuiver landelijke gemeente. Zulk een raadhuis moet zich door bouw en stijl aankondigen als het centrum van het gemeentelijk leven.
Opening van het raadhuis, Nieuwsblad van het Noorden 16-04-1930

Reeds uit de verte is de slanke, hoogopgaande toren te zien en de aanblik van het uitwendige van het nieuwe raadhuis voldoet op zichzelf zeer, al is het zeer te bejammeren, dat het rustige beschouwen hinderlijk gestoord wordt door den witbekalkten villagevel ter rechterzijde.
Doch voornamelijk moest mijn aandacht gevestigd zijn op de inwendige inrichting en bovenal op de inrichting van secretarie en archiefkamer. De secretarie is zeer ruim, helder verlicht, met eenvoudige doch goed gelijnde meubelen voorzien; glazen loketten geven het publiek gelegenheid met de ambtenaren te spreken. Een aantal vaste kasten dienen voor berging van materiaal. 
Een brandddeur geeft toegang tot de ruimte, brandvrije archiefkamer.

 De archiefruimte is voorzien van ijzeren stellingen (systeem Wiener & Co.), terwijl de stalen dossierkastenvan het Berloy-systeem zijn; de archiefbergplaats is electrisch verlicht, wordt centraal verwarmd en is geheel droog. Het geheele archief benevens de stukken van den loopenden dienst berusten in dit archiefdepôt.

De verdere inrichting van het raadhuis is uiterst practisch; meubileering, gordijnen, tapijten enz. zijn met fijne smaak gekozen; nergens is overdreven weelde, doch overal schoone kleurschakeeringen. De raadzaal spant in dit opzicht de kroon.

De secretaris is vol ijver bezig den achterstand in de archiefbeschrijving in te halen"
Poelman was vol lof dus over dit prachtige raadhuis en over de ijverige secretaris. Voor wie het archief wil inzien dat secretaris Allersma zo ijverig ooit heeft beschreven staat hier een nieuwe inventaris.

Voor het beeld nog een paar foto's:

De brievenbus van/voor de burgemeester die rechtstreeks in de burgemeesterskamer bezorgt
Lichtschakelaar

Kapstok

Burgemeesterskamer

"al is het zeer te bejammeren, dat het rustige beschouwen hinderlijk gestoord wordt door den witbekalkten villagevel ter rechterzijde"

Voor het citaat uit het raadsvoorstel van B&W heb ik gebruik gemaakt van de website van de Stichting Berlagehuis Usquert. De krantenknipsels heb ik opgediept uit Delpher. De citaten uit de verslagen van rijksarchivaris Poelman komen uit de Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven, gewillig door Erika voor mij gescand. De foto's en alle onjuistheden zijn van mijzelf.

zaterdag 31 januari 2015

Achter het Metbroekbos

Tussen Vlagtwedde en Onstwedde, zuidoostelijk van Smeerling. De Ruiten Aa loopt er, het Metbroekbos ligt er en je kunt er wandelen. Vogels te over in alle soorten en maten, planten in overvloed (maar in deze tijd van het jaar niet allemaal zichtbaar), insecten en zoogdieren in een prachtig landschap. Nat natuurlijk, maar dat zie je al aan de naam van het bos.















Meer wandelen in Westerwolde? Op eigen houtje gaat prima maar voor mensen die wat vastigheid zoeken zijn er ook wandelroutes uitgezet.